Goed parkeerbeleid toont bewoners wat ze ervoor terugkrijgen
Gemeenten maken meer kans op draagvlak voor parkeerbeleid als zij parkeerdruk per wijk serieus nemen, parkeerkeuzes verbinden aan de inrichting van de openbare ruimte, en duidelijk maken wat bewoners ervoor terugkrijgen. Nieuw ANWB-onderzoek en voorbeelden uit Amersfoort, Haarlem en Leiden laten zien waarom juist die combinatie nodig is.
‘Het is altijd een middel om andere doelen te behalen’, zegt wethouder Tyas Bijholt van Amersfoort over parkeerbeleid. Volgens hem is in Amersfoort te weinig uitgelegd dat keuzes over parkeren samenhangen met woningbouw, bereikbaarheid en ruimte voor vergroening en ontmoeting in straten.
Die les sluit aan op het ANWB-onderzoek onder 1.021 Nederlanders, woonachtig in sterk en zeer sterk stedelijk gebied. Daaruit blijkt dat slechts de helft gemakkelijk een parkeerplek in de eigen wijk vindt. Een kwart past het autogebruik of dagschema aan vanwege parkeerdruk. Iets meer dan een op de vijf respondenten voelt zich betrokken bij gemeentelijke besluiten.
Groen én bereikbaarheid
Het onderzoek van ANWB geeft gelijktijdig ook kansen weer. Respondenten noemen niet alleen de parkeerdruk, maar ook het belang van een leefbare inrichting van de wijk. Volgens de ANWB noemt 48 procent groen en natuur als belangrijk thema voor de inrichting van de wijk. Voldoende parkeerplaatsen neemt een tweede plek in met 43 procent. Onder autobezitters wil 44 procent best verder lopen als dat de leefbaarheid verbetert.
Die uitkomst geeft gemeenten ruimte om parkeren anders te organiseren dan alleen direct voor de deur. De ANWB schrijft dat meer parkeerplaatsen voor de meeste bewoners geen afdoende oplossing zijn. Het Haarlemse burgerberaad adviseerde om parkeerlocaties aan de rand van de stad en parkeren op afstand aan te leggen.
Dat betekent niet dat de auto voor bewoners onbelangrijk is. In het onderzoek lopen de gewenste oplossingen, aangedragen door respondenten, sterk uiteen. Respondenten noemen extra plekken, strengere regulering, minder auto’s in de wijk en betere handhaving. De ANWB concludeert daarom dat gemeenten samen met bewoners per straat of wijk naar maatwerk moeten zoeken.
In Amersfoort bleek hoe lastig die afweging uitpakt zodra bewoners hun eigen straat voor ogen hebben. Na het referendum bleek uit stadsgesprekken dat bijna de helft van de inwoners parkeerruimte voor de deur niet wil inruilen voor vergroening of speelruimte. Eerder stemde 76 procent tegen het nieuwe parkeerbeleid.
Volgens de Amersfoortse inventarisatie liggen de grootste zorgen bij parkeerkosten, impact op het dagelijks leven, handhaving, sociale veiligheid bij hubs en het openbaar vervoer als alternatief. Bijholt zegt dat het beleid te vroeg kwam en dat voor veel inwoners onduidelijk bleef wat zij ervoor terugkregen.
Parkeren als ruimtevraag
Bijholt verbindt parkeren nadrukkelijk aan de groei van de stad. Amersfoort wil 14.000 woningen toevoegen, grotendeels in bestaand stedelijk gebied. Zonder aanpassing van het mobiliteitsbeleid kan de stad die groei volgens hem niet verantwoord faciliteren.
Ook Goudappel legt die koppeling. Adviseur Annet Dijk-Schepman zegt dat veel gemeenten nog werken met verouderde CROW-cijfers. Volgens Goudappel baseert 90 procent van de onderzochte gemeenten beleid op oudere data, terwijl een generieke norm zelden past bij werkelijk autobezit en gebruik.
In Haarlem trok het burgerberaad een vergelijkbare conclusie, maar dan vanuit draagvlak. Het beraad erkent de noodzaak om parkeren aan te pakken, omdat de stad groeit en auto’s groter worden. Tegelijk noemt het beraad parkeren een emotioneel onderwerp, omdat bewoners vaak niet weten hoe veranderingen hen raken.
Zichtbare opbrengst wijk
In het ANWB-onderzoek komt ook naar voren hoe zichtbaar de opbrengst van nieuw parkeerbeleid moet zijn voor het draagvlak van datzelfde beleid. Een kwart van de bewoners die wonen in een zone met betaald parkeren is ontevreden over de kosten in relatie tot de huidige situatie.
Tegelijk zegt 54 procent meer begrip te hebben voor tarieven als duidelijk is dat opbrengsten naar verbeteringen in de wijk gaan. Voor gemeenten betekent dit dat parkeerbeleid niet op zichzelf uitgelegd kan worden, maar onderdeel moet zijn van een groter perspectief op de leefomgeving.
Leiden laat zien hoe gemeenten dat concreter kunnen maken. Volgens wethouder Ashley North nam de tevredenheid over het parkeerbeleid daar toe door duidelijke keuzes, vroege participatie en zichtbaar maken wat het oplevert. In de Stevenshof kwam juist geen betaald parkeren, omdat bewoners daar sterk afhankelijk zijn van de auto.
Zie ook het artikel over het ANWB-onderzoek ‘Groen in wijk belangrijker dan parkeren’ op deze site.
Bron: stadszaken.nl
