Nieuwsbericht

Let op anterieure overeenkomsten bij het updaten van parkeernormen

30 april 2026 | 2 minuten lezen

Binnenstedelijke verdichting en functiemenging leiden tot steeds complexere gebiedsontwikkelingen: monofunctionele gebieden worden getransformeerd tot multifunctionele gebieden, waar wonen, werken, winkelen en verblijven samenkomen. In deze processen zijn verschillende partijen betrokken, zoals de gemeente, ontwikkelaars en al aanwezige vastgoedeigenaren.

Anterieure overeenkomsten

De betrokken partijen leggen de afspraken over de gebiedsontwikkeling vaak vast in een zogenaamde anterieure overeenkomst voordat (anterieur) het omgevingsplan in werking treedt. In de overeenkomst is afgesproken welke partij welke woningen, voorzieningen en parkeergelegenheden ontwikkelt en wie na oplevering verantwoordelijk is voor exploitatie, beheer en onderhoud. Anterieure overeenkomsten voorzien daarbij ook in de vraag wie (financieel) verantwoordelijk is voor het invullen van de parkeeropgave. Deze parkeeropgave wordt gebaseerd op het op dat moment vigerende gemeentelijke parkeernormenbeleid.

Waar kan het misgaan?

Waar het mis kan gaan is als de gemeente in de looptijd van die overeenkomst het parkeernormenbeleid actualiseert, zonder rekening te houden met eventuele bestaande, vaste overeenkomsten.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een multifunctionele gebiedsontwikkeling zijn een gemeente, twee ontwikkelaars en een vastgoedeigenaar betrokken. In de anterieure overeenkomst is afgesproken dat een van de ontwikkelaars alle parkeercapaciteit voor het hele gebied realiseert. Tijdens de ontwikkelfase heeft de betreffende gemeente nieuw parkeernormenbeleid vastgesteld, waarin een verwijzing naar de meest recente aanwezigheidspercentages van CROW is opgenomen.
Het knelpunt voor de gebiedsontwikkeling: vanwege het vele thuiswerken heeft CROW de aanwezigheidspercentages voor bewoners en bezoekers op de werkdagmiddag opgehoogd. Door het multifunctionele karakter van het gebied is de werkdagmiddag maatgevend. Hierdoor valt de parkeeropgave ongeveer 100 parkeerplaatsen hoger uit dan wat er in de anterieure overeenkomst is opgenomen (op basis van de aanwezigheidspercentages die toen golden). In het gebied is voor deze extra parkeerplaatsen geen fysieke ruimte beschikbaar. Om de omgevingsvergunning te verkrijgen, is de verantwoordelijk ontwikkelaar daarom enkele miljoenen euro’s kwijt aan het afkopen van deze parkeerplaatsen.
Een beroep op de anterieure overeenkomst biedt in deze fase geen oplossing: bij de vergunningverlening toetst de gemeente aan het vigerende bestuursrechtelijke kader, waaronder het parkeernormenbeleid. De anterieure overeenkomst valt onder het privaatrecht en heeft in deze bestuursrechtelijke procedure dus geen status, ook al staat de handtekening van de gemeente eronder.

Hoe kan dit worden voorkomen?

Gelukkig zijn er middelen om privaatrecht en bestuursrecht beter op elkaar af te stemmen. De eerste optie is het opnemen van de gebiedsontwikkeling als een gebiedsgericht programma in de omgevingsvisie van de gemeente. Hiermee kunnen voor dit gebied in het parkeernormenbeleid aparte normen en regels worden vastgesteld die aansluiten bij de anterieure overeenkomst.
Bij het opstellen van de omgevingsvisie kunnen echter niet altijd alle toekomstige gebiedsontwikkelingen worden voorzien. Het is daarom aan te bevelen om in het parkeernormenbeleid op te nemen dat de gegeven parkeernormen en toepassingsregels niet gelden voor ontwikkelingen waar (op basis van het destijds vigerende parkeernormenbeleid) een anterieure overeenkomst is vastgesteld.

Conclusie

Voor gemeenten ligt hier een duidelijke opgave om bij actualisatie van parkeernormen oog te houden voor bestaande anterieure afspraken. Het werken met een gebiedsgericht programma doet over het algemeen het meest recht aan het idee van de Omgevingswet. Ook blijven hierdoor alle parkeernormen voor alle gebieden herleidbaar in het parkeernormenbeleid staan, in plaats van in losse anterieure overeenkomsten.
De uitzonderingsclausule voor anterieure overeenkomsten kan dan worden gebruikt voor gebiedsontwikkelingen die in de omgevingsvisie niet konden worden voorzien.

Bron:verkeerskunde.nl