Het einde van de parkeernorm bij sociale huur?
Parkeervraag uit de actualiteit
Eind 2025 ontstond er enige onrust in de wereld van parkeren en gebiedsontwikkeling. De Raad van State (RvS) heeft in juli van dat jaar namelijk een uitspraak (ECLI:NL:RVS2025:3003) gedaan op een bezwaar tegen een gemeentelijk bestemmingsplan. Een van de bezwaren was, dat de gehanteerde parkeernormen voor sociale huurwoningen (gebaseerd op systematiek en parkeerkencijfers van CROW) te laag zouden zijn. Huurwoningen kunnen in de toekomst verkocht worden, en daarom had de (hogere) parkeernorm voor koopwoningen gehanteerd moeten worden. De Raad oordeelde in de uitspraak (een ‘tussenuitspraak met een bestuurlijke lus’; er wordt een kans gegeven om het gebrek te herstellen), dat daar vanuit robuustheid inderdaad sprake van is. Vervolgens verschenen artikelen die het einde van de parkeernorm voor de sociale huur leken te concluderen. Bijvoorbeeld het artikel in Verkeerskunde d.d. 29-10-2025: Einde parkeernorm (sociale) huur? – Verkeerskunde. Zowel bij corporaties als gemeenten heeft dit tot vragen geleid. Maar worden de parkeernormen voor sociale woningen ook daadwerkelijk bedreigd?
Op verzoek van Aedes heeft Goudappel hier – in afstemming met CROW – onderzoek naar gedaan. Goudappel heeft de bevindingen ook gedeeld in een CROW-webinar over de tool passendeparkeernormen.nl, kijk het webinar hier terug. CROW zelf heeft dit ook aan de orde gesteld in de training Parkeren en duurzame gebiedsontwikkelingen in het voorjaar van 2026.
Conclusie
De uitspraak van de Raad van State is niet het einde van de parkeernorm voor de sociale huurwoningen (of andere woningen met een lagere parkeernorm). Wel maakt het duidelijk dat afspraken, doelstellingen en borgingsmaatregelen goed moeten worden vastgelegd in een omgevingsplan of anterieure overeenkomsten.
Bevindingen en advies
- Het bestemmingsplan sloot niet uit dat de sociale huurwoning op enig moment in de toekomst in gebruik konden worden genomen als niet-sociale huurwoning. Het bestemmingsplan regelde ook niet dat er opnieuw moest worden bepaald of er wel voldoende parkeerplaatsen zijn als dit zou gebeuren, terwijl voor dit laatste type wel een hogere parkeernorm geldt;
- Om juridische risico’s te vermijden is het van belang dat het gebruik van de woningen als sociale huurwoningen voor een lange termijn vastgelegd moet worden. Zo leggen corporaties (die in de betreffende case niet eens een partij waren) in woonvisies en prestatieafspraken met gemeenten het gebruik van de woningen zeer langjarig vast. De gemeente Wageningen legt in het omgevingsplan vast dat de woning een bepaalde tijd sociale huur blijft (met de Wet versterking regie volkshuisvesting minimaal 25 jaar);
- Omdat ook andere partijen sociale huur kunnen bouwen, maar zich niet aan de regels van de corporaties hoeven te houden, moet ook met hen daarover (én over bijkomende servicekosten en toegestane prijsstijgingen) afspraken gemaakt worden;
- Er moet in regels worden vastgelegd dat het verboden is om een sociale huurwoning op enig moment in gebruik te nemen als niet-sociale huurwoning, indien niet wordt aangetoond dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn;
- De uitspraak van de Raad van State is dus niet het einde van de parkeernorm voor de sociale huurwoningen (of andere woningen met een lagere parkeernorm) en dus ook niet van de CROW-systematiek met parkeerkencijfers gedifferentieerd naar type woning. Wel maakt het duidelijk dat afspraken, doelstellingen en borgingsmaatregelen goed moeten worden vastgelegd in een omgevingsplan of anterieure overeenkomsten.
Met dank aan Frank Aalbers van adviesbureau Goudappel.
