Nieuwsbericht

Amsterdamse wethouder wil op termijn verandering in reisgedrag stadsdeel Noord

4 oktober 2021 | 2 minuten lezen

Er zal tot 2030 nog ruimte zijn voor een lichte groei van het autoverkeer in Amsterdam-Noord, maar daarna moet het aantal auto's constant blijven. Dat schrijft wethouder Egbert de Vries in antwoord op vragen van JA21.

Raadslid Kevin Kreuger had vragen gesteld naar aanleiding van het Mobiliteitsplan Noord, waarin staat dat de gemeente het voornemen heeft om over tien tot twintig jaar betaald parkeren in het volledige stadsdeel in te voeren. Hij vroeg onder meer of het stadsbestuur het met hem eens was dat de maatregel niet mag leiden tot het verdringen van de huidige bewoners.  

"Er zullen nog steeds veel parkeerplekken beschikbaar blijven", schrijft De Vries in antwoord op de vragen. "Middels een parkeervergunning kan er geparkeerd worden op de daarvoor bestemde plekken, waardoor autobezit mogelijk blijft. Wel geldt dat op termijn een verandering moet komen in reisgedrag: relatief meer lopen, fietsen en reizen per openbaar vervoer en relatief minder met de auto."

Het gaat volgens De Vries om een stapsgewijze verandering. "Deze trend is niet nieuw. Tussen 1990 en 2018 is het autoaandeel van bewoners van Noord van zo'n 40 procent teruggelopen naar zo’n 30 procent.  Zonder invoer van betaald parkeren en vergunningen is de verwachting dat bewoners en/of bezoekers van locaties waar de parkeerplekken beperkt zijn, zullen parkeren in de bestaande wijken waar de kans op een parkeerplek nu nog een stuk groter is. Dit leidt tot overlast bij de bewoners daar."

Er worden door de komst van nieuwbouw de komende jaren veel meer bewoners van het stadsdeel verwacht. In het Mobiliteitsplan stond dat die nieuwe bewoners een "ander profiel" hebben. Ze zouden vaker fietsen en voorstander zijn van deelauto's en het opheffen van parkeerplaatsen. Kreuger stelde daarom dat het beeld kan ontstaan dat de hudige bewoners zich moeten aanpassen aan de nieuwe bewoners.

"Een stad als Amsterdam, en dus ook Noord, is altijd in beweging en in ontwikkeling", antwoordde De Vries op die vraag. "Daar moet het college op anticiperen. Dat doet het college met voorliggend mobiliteitsplan. Die beweging en ontwikkeling vraagt ook altijd iets van de huidige bewoners." Wel schrijft hij dat eerst de alternatieven voor autogebruik, zoals beter openbaar vervoer en betere fietsverbindingen, verbeterd worden.

De maatregelen uit het mobiliteitsplan, zoals het invoeren van betaald parkeren, kunnen volgens De Vries ook versneld of vertraagd worden als dat nodig is. Hij benadrukt dat er voor alle maatregelen nog een proces komt waarbij bewoners inspraak hebben en dat de politieke partijen die op dat moment in de gemeenteraad zitten telkens de besluiten moeten nemen. 

De oorspronkelijke versie van dit artikel is te lezen op nhnieuws.nl

NieuwsAgendaDocumentenOver het kennisnetwerk