Nieuwsbericht

In gesprek met... Giuliano Mingardo

“Een lage parkeernorm is een risico voor gemeenten” en “mensen zijn niet dom”. Senior onderzoeker Giuliano Mingardo deed deze uitspraken tijdens het congres Duurzame mobiliteit op 12 mei 2026. Wij gingen hierover met hem in gesprek.

24 september 2026 | 4 minuten lezen

Over Giuliano Mingardo 


Giuliano Mingardo PhD is senior onderzoeker gespecialiseerd in parkeerbeleid en stedelijke mobiliteit. Hij doceert en begeleidt studenten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, onder andere in ‘Introduction to Urban and Transport Economics’ en ‘Behavioural Transport Economics’. Daarnaast is hij lid van de Programmaraad Parkeren van CROW, waar hij meedenkt over de koers en kennisontwikkeling van CROW. Giuliano wordt ook wel de ‘parkeerprofessor’ genoemd. 


Op het congres Duurzame Mobiliteit gaf je gemeenten mee: “een lage parkeernorm is een risico” en “gebruik alleen een lage parkeernorm als de alternatieven echt op orde zijn.”

Wat zijn risico’s van lage parkeernormen? 
Als je een (klein) deel van de straat met lage parkeernormen ontwikkelt, ontstaat verschil tussen bewoners die wél en niet in de buurt kunnen parkeren, bijvoorbeeld door sociaaleconomische status of locatie. Parkeren kan ook economische waarde hebben voor een huis. Bij te weinig parkeergelegenheid kan je huis minder waard zijn of worden. Dit zorgt voor ongelijkheid; jij hebt geen parkeergelegenheid, een ander met eenzelfde soort huis wel. 

Maar de parkeernorm is toch afgestemd op factoren als woningtype, locatie en sociaaleconomische status? 
Dat klopt, maar een lage sociaaleconomische status zegt niet dat je geen auto nodig hebt of wilt hebben. Dat is een enorm misverstand. Sterker nog, er zijn zat mensen met een sociale huurwoning die juist afhankelijk zijn van hun auto, bijvoorbeeld omdat ze buiten kantoortijden werken of hun werklocatie niet goed bereikbaar is met het openbaar vervoer of op de fiets. Een kleinere woning betekent ook niet automatisch minder autobezit. Je kunt niet voor mensen beslissen dat ze geen auto kunnen hebben omdat er een ruimtelijke of woningbouwcrisis is.  

Er zijn ook bewust autoluwe wijken. Wat vind jij daarvan? 
Daar kun je vaak wel parkeren, alleen niet voor de deur. Bij een te lage parkeernorm kun je überhaupt niet in de buurt parkeren. Voor bewoners is er een groot verschil tussen de auto op afstand kunnen parkeren en geen auto kunnen hebben.  

Wat adviseer je gemeenten en CROW? 
Kijk meer naar het menselijke aspect en minder alleen naar cijfers. Sommige mensen hebben echt een parkeerplaats nodig, bijvoorbeeld omdat ze om 04:00 op hun werk moeten zijn. Koppels zonder kinderen doen vaak eerst alles op de fiets, maar zodra er kinderen komen, gaan ze de auto veel meer gebruiken. Laat de cijfers een beetje los, kijk meer naar wat mensen nodig hebben. Mensen hebben behoefte aan flexibiliteit. Als beleidsmakers voor grote groepen keuzes maken zonder die behoefte mee te nemen, ontstaat scheefgroei.  

Maar we willen ook vergroenen en meer ruimte voor de fiets. Hoe rijmt dat? 
Iedereen wil meer groen en ruimte voor fietsers. De vraag is of mensen bereid zijn hun auto op te geven. Voor veel mensen is het antwoord ‘nee’.  

Wat zou dan de oplossing zijn? 
Minder mensen in de stad, meer mensen naar buitengebieden. Het is een keuze om meer te bouwen in de stad. Een gemeente kan ook kiezen voor minder nieuwe bewoners en meer groen.  

Maar in een dorp zijn mensen toch afhankelijker van de auto? 
Dat is niet per se waar. Er zijn genoeg dorpen met goede ov-verbindingen. Bovendien, als je een auto hebt, betekent dat niet dat je elke dag de auto gebruikt. Een auto staat gemiddeld 95% van de tijd stil. Is het echt zo dat iedereen vijf dagen per week de auto pakt vanuit de dorpen? Je moet alleen niet met z’n allen om 7:00 de weg op, maar dat gebeurt tegenwoordig al veel minder. Het is minder zwart wit dan het lijkt.  


“Mensen zijn niet dom!” 
 

Een ander statement van jou is: “mensen zijn niet dom, ze hebben een reden voor de keuze die ze maken”. Wat bedoel je daarmee? 
Een auto hebben kost veel geld en de meeste mensen gebruiken hem heel weinig. Toch blijven mensen auto’s kopen, waarom is dat? Vanuit een puur rationeel (financieel) perspectief is er geen reden om een auto te bezitten. Vanuit een psychologisch perspectief, kunt je echter wel 100 redenen bedenken om een auto te hebben. We hebben miljoenen mensen die ondanks de hoge kosten, bewust voor een auto kiezen, blijkbaar hebben ze een goede reden om dat te doen.  

Wat betekent dit voor gemeenten en parkeernormen? 
De keuze van bewoners kan botsen met die van de gemeente. Dan is een compromis nodig. Een lagere parkeernorm kan voortkomen uit ruimtegebrek en woningbouwdruk, maar veel mensen willen of kunnen hun auto niet opgeven. Gemeenten moeten daarom meer rekening houden met het menselijke aspect.  

Provincies sturen steeds vaker op passende, meestal lagere parkeernormen vanwege de woningbouwopgave. Wat vind je daarvan? 
Dat provincies willen helpen is prima, zeker omdat kleinere gemeenten vaak weinig kennis op dit onderwerp hebben. Maar ze moeten wel de juiste kennis toepassen.

Met een lagere parkeernorm kun je sturen op autogebruik en –bezit. Hoe zie jij dat? 
Je kunt zeker sturen op autobezit: meerdere parkeerplaatsen per huis vergroten de kans op meer auto’s. Maar als je stuurt op gedrag, moet helder zijn wat je wilt bereiken: minder auto’s of minder autogebruik? Voor minder autogebruik hoef je niet per se minder autobezit te hebben. 

 Gemeenten willen centra vergroenen en autoluwe gebieden realiseren. Hoe voorkom of beperk je een waterbedeffect? 
Ik ben voorstander van autoluwe centra. Wel moet duidelijk zijn wat de consequenties zijn en voor wie. Als je minder auto’s wilt, moet dat voor iedereen gelden: niet alleen voor sociale huurwoningen, maar ook voor villa’s.  

 Wat wil je provincies, gemeenten, ontwikkelaars en corporaties meegeven? 
Neem de menselijke aspecten mee in parkeerbeleid, niet alleen de cijfers. Mensen zijn niet dom of slecht als ze een auto gebruiken en parkeerbehoefte hebben. Ze zijn niet simpel te vangen in een rekensom. 
 
Waar zou CROW op het gebied van parkeren komende tijd volgens jou op moeten inzetten? 
Maak een keuze over de parkeerkencijfers: zijn ze dwingend of vrijblijvend? En communiceer daar ook helder over. Nu zitten ze ertussenin. Gemeenten gebruiken ze als richtlijn, maar de Raad van State betrekt ze in beoordelingen als harde eis, terwijl gemeenten zelf de norm vaststellen op basis van de kencijfers. CROW heeft decennialang aan cijfers gewerkt; kijk nu ook naar de mensen achter die cijfers en hun behoeften.